Mijn ervaring met Swamiji

Een interview met een sannyas discipel

Vraag: Mataji, je vertelde ons dat je Swamiji ontmoette in Sri Lanka toen hij ongeveer 21 jaar oud was, en dat je onmiddellijk voelde dat hij een groot spiritueel meester was en dat je bij hem wilde blijven om een spiritueel leven te leiden. Je was de eerste vrouw die tot sannyasin (verzaking volgens de Hindoe traditie) werd gewijd door Swamiji. Heb je altijd het spirituele pad gevolgd? Hoe kwam je op dit pad?

Mataji: Zelfs toen ik nog op school zat, wilde ik al een spiritueel leven leiden. Ik wilde alles weten over de grote Indische heiligen Sri Ramakrishna, Vivekananda en Sarada Devi. Na mijn studies hoorde ik over Swamiji en ik ging hem ontmoeten. Toen ik bij hem was, had ik het sterke gevoel om bij hem te blijven en hem te dienen in zijn spirituele missie. Ik vroeg hem of ik bij hem kon blijven in zijn Ashram. In Swamiji’s Ashram werden er op donderdag altijd bhajans gezongen. Wij, toegewijden, gingen naar de bhajans en we moesten daarna weer weg. We werden niet toegelaten om bij Swamiji te blijven. Ik had altijd de wens om in de Ashram te blijven met Swamiji maar Swami zei geduldig te wachten. In 1973 bracht Swamiji zijn moeder naar de Ashram. Hij vroeg me om te komen en bij zijn moeder te blijven. Swami was net 21 jaar oud. Hij droeg gewoonlijk een witte vesti (een lange witte doek aan het middel vastgemaakt) en enkel op bijzondere dagen droeg hij de okerkleurige kledij van een sannyasin. Swamiji’s moeder nam gewoonlijk het sannyas gewaad weg en legde het weg want in die tijd had ze niet graag dat Swami een sannyasin was.

Vraag: Hoe was het Ashramleven in die tijd?

Mataji: Het Ashramleven was in die tijd heel moeilijk omdat het zo eenvoudig was. Elke dag werkten we in de groentetuin. We verkochten enkele van deze groenten en we leefden van dag tot dag met dat inkomen. Als we gingen slapen zei Swami telkens: “Morgenvroeg moet je om drie uur opstaan en mediteren.” En we stonden op om 3 uur en juist op dat ogenblik kwam het water naar de pompen en werd het naar de Ashram doorgevoerd. Dus moesten we allemaal de groentevelden gaan begieten met het water! We konden niet mediteren omdat we de velden moesten begieten! Soms konden we mediteren maar dit was heel zeldzaam. We hadden het toen zo druk. We probeerden bvb toen ook geld te verdienen voor de Ashram door kumkum en koffiepoeder te verpakken.

Q: Waren er poeja’s in de Ashram?

Vraag: We deden ‘s morgens en ‘s avonds puja en Abishekam. Vooral enkele jongens van de Ashram zorgden daarvoor. Swami trof schikkingen voor het verblijf en eten van de toegewijden die op donderdag kwamen voor de bhajans en we hielpen daarmee. Normaal gezien hadden we enkel voedsel genoeg voor twee extra mensen. Soms kwamen er 10 of 20 mensen. Dan ging ik bij Swami en zei: “Swami, we hebben maar genoeg voedsel voor twee, hoe kunnen we dan al deze mensen voeden?” Swamiji antwoordde, “Leg de bladeren gewoon op de grond (het voedsel werd op bananenbladeren opgediend op de traditionele manier) en begin het voedsel op te dienen – ik zal daarvoor zorgen.” Ik diende het eten op en op wonderbaarlijke wijze was er genoeg voor iedereen!! Er bleef zelfs voedsel over op het dienblad.

Vraag: Wil je enkele van jouw ervaringen met Swamiji delen met ons?

Mataji: In die tijd hield ik echt van meditatie maar Swami leerde me altijd hoe de Ashram te beheren en te besturen en hoe ik aan inkomsten kon geraken voor de dagelijkse uitgaven. Dit leerde hij me vooral. In 1973 verbleef ik bij Swami en in 1975 vroeg hij me naar de Puliyankulam Ashram (Sri Lanka) te gaan, ver weg van Matale (de hoofdashram in Sri Lanka).

In die tijd deed Swamiji vele mirakels. Hij raakte zout aan en het veranderde in suiker. Toen hij water aanraakte veranderde het in honing. Soms zei ik tegen Swami dat er geen rijst was in de reservepot om te koken. Toen zei Swami: “Ga terug kijken in de pot” en toen ik een tweede keer ging kijken was hij boordevol rijst.

Materialisatie

Eens moest een toegewijde van Swamiji naar een verre plaats. Hij had wat geld op zak om zijn reis te betalen, maar iemand stal het. Hij keerde terug naar Swamiji en bad tot hem: “Ik moet naar die plaats maar iemand heeft mijn geld gestolen en nu heb ik geen geld om mijn reis te betalen.” Swami vroeg zijn naam en begon in zijn handen te klappen en al het geld verscheen en viel uit zijn handen. Toen de toegewijde het geld opnam zei hij dat er 125 Rs ontbrak. Swami antwoordde: “De persoon die het geld nam heeft het uitgegeven aan thee en eten.”

Op verschillende plaatsen tegelijk zijn

In 1974 was Swamiji in de Ashram en hij kookte de rijst voor Pongal (dankfeest). Maar op dezelfde dag werd Swamiji gezien op zes andere plaatsen! Achteraf kwamen enkele toegewijden naar ons en zeiden: ”Swamiji was bij ons voor het Pongal feest.” Maar we geloofden hen niet, omdat Swamiji bij ons was op Pongal! Later, ter gelegenheid van Mahashivaratri, kwamen de toegewijden van die zes plaatsen naar de Ashram om Swamiji te zien. En pas toen die toegewijden elkaar ontmoetten en over het voorval begonnen te spreken, begrepen we dat Swami inderdaad op de zes plaatsen tegelijk aanwezig was geweest.

Dematerialisatie

Op een keer was ik alleen in de Ashram met een priester die ook een toegewijde was van Swamiji. Swami liet ons achter in de Ashram en hij ging naar een Amman tempel. Het was een kritieke tijd in Sri Lanka wegens de rellen. Plots arriveerde een groep van vijf gevaarlijke mannen in de Ashram, ze stonden bekend als kwaadwillig. Ze begonnen op mij te roepen en te schelden. De priester gaf me de raad om naar de politie te gaan maar op dat ogenblik wandelde Swami de Ashram binnen. Toen deze gevaarlijke mensen Swami zagen binnenkomen verlieten ze de Ashram onmiddellijk. Plots was Swami verdwenen. Na ongeveer 2 uren kwam Swamiji terug van de tempel en hij kwam de Ashram binnen. We vertelden wat er was gebeurd. Hij zei: “Aah, dat gebeurde, niet?” en hij lachte…

Cobra!

Ik beschouwde Swami altijd als Heer Krishna zelf (Krishna is een incarnatie van Heer Vishnu die afgebeeld wordt, liggend op een grote slang).

Vele cobra’s verbleven onder Swamiji’s bed in de Ashram of zelfs in zijn bed! Ik ging dan naar Swami en zei: “Swami, er zijn hier enkele cobra’s.” Swami’s antwoord was: “Daar ben ik niet over bezorgd, ze doen geen kwaad. Laat ze gewoon.” Op een keer toen Swami er was, stond ik zelfs per ongeluk op een cobra maar de cobra deed niets. In de Matale Ashram ruimden we toch het nest van de cobra’s dagelijks op. Maar de volgende dag was het nest er opnieuw. We konden ze daar gewoon niet weghouden.

De ziekten van toegewijden wegnemen

In die tijd genas Swamiji vele ziekten van toegewijden. Hij zei toen: “Als ik bijna in samadhi ga, zal ik de ziekten van de toegewijden op me nemen en dan zal ik een minuut lijden en slechts dan zal ik in Samadhi gaan.” Toen in 1975 zei hij ook dat hij op zijn zestigste in Samadhi zou gaan.

Vraag: Kan je ons iets vertellen over het grote Krishna beeld dat Swami aan je gaf voor de Puliyankulam Ashram?

Mataji: Op Krishna Jayanti in 1979 legden alle toegewijden gedurende de hele nacht bloemen op een bepaalde plaats. Vroeg in de ochtend, na zijn bad, kwam Swami bij ons. Hij stak zijn hand in de bloemenhoop en haalde er het grote Krishnabeeld uit. Deze Krishna groeit. De afmetingen zijn nu groter.

In 1983, na etnische rellen in Sri Lanka, brachten we Krishna van Matale naar Puliyankulam. Krishna werd daar gestolen in 1996, maar Hij kwam terug in 2005! Voor mij is Swami Heer Krishna in eigen persoon. Als me iets te doen staat, of als ik een beslissing moet nemen, dan leg ik gewoonlijk twee bloemen voor Heer Krishna (één voor elk van de twee mogelijkheden), en welk antwoord er ook komt, dit wordt gevolgd. Toen de rellen uitbraken, legden we bloemen voor Heer Krishna, en het antwoord kwam dat iedereen de plaats diende te verlaten. We vroegen of we Krishna met ons dienden mee te nemen, en het antwoord was nee. We lieten Krishna daar en we vertrokken. Toen we terugkwamen was Krishna er niet meer. Maar ik geloofde dat Krishna daar wilde blijven en dat Hij op één of andere manier daar zou terugkeren. Iedereen, zelfs de Jaffna Centrumcoördinator vertelde dat het leger het Krishna beeld meegenomen had en dat we het niet zouden terugkrijgen omdat het gesmolten zou worden. Ik vertelde hen met een sterk geloof dat Krishna daar ergens was en dat Hij zou terugkeren. Toen we Krishna terugkregen, stuurden we een brief naar hen die vertelden dat Krishna niet zou terugkeren. Toen kwamen ze om darshan (goddelijke waarneming en zegening) te ontvangen van Krishna. Zelfs nu vragen we Krishna raad over alles wat we moeten doen.

Vraag: Hoe werd je een sannyasin en hoe veranderde dit je leven?

Mataji: Ik voelde dat Swamiji me tot sannyas initieerde en me het sannyas gewaad liet dragen voor mijn eigen veiligheid. Ik leefde alleen. Je ziet dat mijn haar heel grijs is. Ik bad om dergelijk grijs haar te krijgen omdat het erg goed is voor mijn veiligheid. Ik reis overal alleen. Je weet welke problemen jonge vrouwen hebben als ze reizen. In Puliyankulam had Swami heel goed voor me gezorgd bij de vele problemen waarmee ik te maken kreeg.

Vraag: Wat is Swamiji’s grootste les voor jou? 

Swamiji heeft ons verteld dat de wereld maya is, illusie. Ik heb het diepste vertrouwen dat wanneer ik toegewijd volg wat Swami vertelt, dat mijn weg dan niet fout kan lopen. Als we opvolgen wat hij gezegd heeft, dan zullen we op het juiste pad komen dat ons naar de juiste plaats brengt. Toen we voor het eerst naar Puliyankulam gingen, waren er veel olifanten. We maakten er ons een beetje zorgen over. Swami zei, “Nee nee.. dit zal een heel goede plaats worden voor een Ashram.” Hij vertelde veel zaken die zouden gebeuren in deze Ashram. Alles hiervan is nu voor 100% uitgekomen. Wat Swami zegt, gebeurt. Het belangrijkste is om een sterk geloof te hebben. Je mag dat geloof niet verliezen.

Jullie denken allemaal dat Swami hier niet fysiek bij ons aanwezig is, maar Swami is hier in ons midden. Dat hij deze lingam op Shivaratri gestuurd heeft, is hiervan een bewijs. Om deze reden zou je je al gerealiseerd moeten hebben dat Swami hier bij ons is.

Ik was slechts enkele jaren fysiek in Swami’s aanwezigheid. Ik heb nooit de gedachte gehad dat Swami niet bij mij leefde. Ik heb steeds de gedachte dat Swamiji hier is en dat hij in onze nabijheid is. Enkel zijn fysieke lichaam is niet bij ons, maar Swamiji is daar. Lang voor zijn Samadhi vertelde hij dat er op de plaats van zijn Samadhi een lingam moest aanwezig zijn, maar dat we op andere plaatsen zoals in de Puliyankulam Ashram, een beeld van Swamiji dienden te installeren.

Hij onderricht alles langzaam, en we begrepen niet altijd wat hij ons vertelde. Op een keer was ik in Colombo, en ik sprak aan de telefoon met Swami, die hier in India was, en ik vroeg, “Swami, wanneer kom je naar de Puliyankulam Ashram?” en Swami zei “Ik kom daar dagelijks, maar je ziet me niet.” Ik vroeg Swami, “Open alsjeblieft mijn ogen zodat ik je kan zien in die toestand.” Maar onmiddellijk antwoordde Swami, “Als ik het oog open waardoor je me kan zien wanneer ik elke dag kom, wie gaat er dan daar de ashram leiden?”

Vraag: Dank je, Mataji, om je prachtige ervaringen te delen. Is er nog iets anders dat je graag zou vermelden?

Mataji: Je dient vertrouwen te hebben in Swami. Iedereen zal één of andere ervaring hebben met Swami. Aan iedereen zal Swami een taak gegeven hebben. Als je dat werk op de juiste manier doet, dan is dat voldoende voor Swami.

Alles ligt in je geloof en in je vertrouwen.

Jai Prema Shanti!

Sri Premananda Ashram © 2019. All Rights Reserved